Henriëtte Geurts | Moeder van Marco

'Ik heb mij nog geen dag kunnen neerleggen bij het feit dat mijn zoon niet meer bij mij is, maar in een instelling woont.'

‘Moeder van Marco zijn is het mooiste dat me is overkomen in mijn leven. Niet meer voor hem kunnen zorgen is mijn grootste verdriet. Ik voel me geamputeerd. Ik had ooit de droom dat ik een gezellig gezin zou hebben. Ik zag voor me hoe ik op Sinterklaasavond mijn kinderen en kleinkinderen om me heen zou hebben en hoe Marco daar helemaal bij zou horen. Het is anders gelopen.’ Henriëtte Geurts vertelt het verhaal van haar leven met haar zoon Marco. Ze schreef er een boek over. Een boek waarmee ze hoopt liefde en begrip teweeg te brengen.

Jou laat ik nooit meer los

‘Het begon allemaal heel sprookjesachtig. Voor de adoptie van Marco gingen we naar Oostenrijk. Zijn biologische moeder woonde in een berghutje. Mijn man en ik en waren er een maand voor hij ter wereld kwam. Het was een stralend voorjaar. Ik liep iedere dag even de berg op naar het hutje om iets lekkers te brengen. Die maand heb ik de leukste tijd van mijn leven gehad. Het hotel, de mensen en het weer, het was allemaal even fantastisch. Toen ik Marco voor het eerst zag, was ik op slag verliefd. Ik streek ‘m over zijn handje en hij greep mijn vinger. Ik wist: “Jou laat ik nooit meer los.” Ik was zo blij met dat kindje, het was echt van mij.”

Blij om Freddie Heineken

‘Als klein kind was iedereen weg van Marco. Hij was zo ontzettend lief en rustig. Hij was wel veel op zichzelf en leek soms helemaal niet te reageren op wat je zei, net of hij diep in gedachten was. Bezorgd vroeg ik destijds aan de dokter of hij misschien doof kon zijn, maar die zei dat ik een overbezorgde moeder was. Marco had als kind fantastische uitspraken en ideeën. Toen hij acht jaar was zag hij Freddie Heineken op televisie, net vrijgekomen na de ontvoering. Marco reageerde: “Mama, als die meneer zo blij is, dan ben jij toch ook blij? Kan je hem dan geen brief schrijven dat ik ook blij ben?“ Dat deed ik. Ik schreef ook dat Marco zo dol was op fabrieken met pijpen en torens. Tot onze verbazing belde een paar dagen later de president-directeur van Heineken. Hij nodigde ons uit om een dagje langs te komen in de bierfabriek. We werden opgehaald door een auto met chauffeur. De hele dag werden we als bijzondere gasten rondgeleid.’

Een brief aan de koningin

‘Op zeker moment kreeg Marco buien en die werden in de loop der jaren steeds erger. Halverwege zijn twaalfde jaar raakte hij zo in paniek dat het volledig uit de hand liep. Marco kon niet meer thuis blijven, maar hij kon ook nergens terecht. Ik kreeg het advies om als laatste redmiddel een brief aan de koningin te schrijven. Ten einde raad schreef ik haar: “Van een moeder aan een moeder.” Het werden vier volle kantjes, die leidden tot een plek voor Marco op het Hendrik van Boeijen Oord. Toen we met Marco naar zijn nieuwe woonplek gingen, vroeg hij: “Mag ik weer mee naar huis?“ Ik legde hem uit dat hij hier ging wonen en dat wij hem iedere zaterdag zouden ophalen. Hij vroeg helemaal overstuur: “Ben ik dan zo stout geweest, mama?” Het was hartverscheurend.’

De angst in de ogen van mijn kind

Na een paar rustige jaren wordt Marco op 16-jarige leeftijd in een onbewaakt ogenblik op brute wijze aangevallen door een andere bewoner. ‘Toen ik diezelfde dag bij hem kwam, stormde hij op me af en riep: “Mama, ik heb jou zó geroept.” Ik las de angst in de ogen van mijn kind. Ik geloof dat Marco er geen trauma aan over heeft gehouden, maar ik wel. Ik had op dat moment zo’n behoefte aan excuses en ondersteuning. Als ouders hadden we het gevoel er alleen voor te staan. Vanuit onze familie was er geen medeleven. Begrijp je hoe het voelt als je kind niet veilig is? Je wilt je kind beschermen, maar dat gaat niet. Ik heb totaal geen grip op zijn leven. Ik zou zo graag zien dat Marco gelukkig is. Ik zou zo graag willen horen uit zijn mond: “Mam, ik ben best wel gelukkig op mijn manier.” En ook: “Mama, ik vind jou lief.”  Maar dat kan hij niet. Die wisselwerking met hem mis ik.’

Afbouw van medicatie

Angst lijkt een rode draad in het leven van Marco. Hij krijgt al jong medicijnen om paniekaanvallen te voorkomen. Zijn moeder herinnert zich: ‘Toen hij die medicijnen ging slikken, werd hij rustiger, maar hij werd ook een ‘andere’ Marco. Hij was veel minder alert en zijn motoriek ging achteruit. Een paar jaren geleden deed een arts ons het voorstel om deze medicijnen af te bouwen en ze te vervangen door andere, die ook rustgevend waren maar minder verslavend. We hoopten dat met deze verandering de alerte Marco weer wat terug zou komen. Helaas pakte dit heel anders uit. Marco reageerde onverwacht slecht op de afbouw en werd apathischer dan ooit. Bovendien at en dronk hij nauwelijks meer. Hij werd broodmager en we vreesden voor zijn leven. Gelukkig gaat het met het eten nu weer beter, maar ik heb ’t idee dat ik mijn Marco niet meer heb. Hij zit maar vastgeplakt op de bank, het enige dat hij nog doet is friemelen met een stokje of een lepeltje.’

Doodgezwegen

‘Sommige momenten denk ik wel eens: Wat is de zin van het leven geweest? Dat wij hem ophaalden uit Oostenrijk en dat we ‘m daarna weer weg moesten brengen. Heeft hij nou ooit de zorg gekregen die hij nodig heeft? Op andere momenten zie ik ook de mooie dingen. Het is geweldig hoe Henk Zuidberg als vrijwilliger allerlei dingen met Marco onderneemt. Het was bijzonder hoe we met hem en Marco een paar jaren geleden naar Mallorca op vakantie zijn geweest. Mensen als Henk moet je met een gouden loepje zoeken. Niemand van mijn vrienden of familie is ooit bij Marco op bezoek geweest. Wie heeft Marco nog als ik er niet meer ben? Wie kan dan leuke dingen met hem doen? Ik heb wel eens het gevoel dat mijn kind doodgezwegen wordt. Dat vind ik heel erg. Ik hou zo ontzettend veel van hem.’

Een gewoon leven

Voor het maken van de foto gaan we naar Marco toe. Als hij de stem van zijn moeder hoort, komt hij met een milde glimlach de gang op lopen. Even later volgen zijn persoonlijk begeleider en teamleidster. Er spreekt warmte uit hun manier van omgaan met Marco. Ze vertellen dat het goed met hem gaat. ‘Vanochtend zat hij te stralen toen we vertelden hoe lief we hem vinden. Het is zo’n lekker jong. We zijn echt blij met hem.  En we zijn ook zo blij dat u laatst zo positief was over hoe wij het doen hier.’ Henriëtte Geurts: ‘Ja, weet je, soms lijkt het misschien alsof ik niet blij ben met jullie. Dat is het niet. Jullie zijn hartstikke lief voor Marco. Maar ik had zo graag gewild dat hij hier niet hoefde te wonen, dat hij een gewoon leven had gehad. Toen ik vanochtend een aantal vuilnismannen bezig zag, dacht ik nog hoe het geweest zou zijn als Marco op die vuilniswagen had gestaan. Hoe zou het geweest zijn als hij een beroep had gehad?’ Begeleider: ‘Ik begrijp u wel. Iedere ouder wil een gewoon kind.’

Over de auteur

Henriëtte Geurts, Moeder van Marco